Scoutcentrum Delft

Het kruithuis

Welcome

Delftse Donderslag
De ramp met het in de stad Delft gelegen Kruitmagazijn markeert de geschiedenis
van het Kruithuis in zijn huidige vorm en op de huidige plaats. Deze ramp is de geschiedenis ingegaan als de "Delftsche Donderslag". Genoemde ramp trof Delft op 12 oktober 1654. Het aan de noordoostzijde in de stad gelegen Kruithuis van Holland vol primitieve explosieven ontplofte met een knal die volgens schriftelijke overlevering tot in Den Helder hoorbaar is geweest.

Het was om de geschiedschrijver te citeren "zoo een gruwelijk gedruys en geweld dat het uitspanzel des hemels scheen te kraken en te bersten". De gevolgen waren verschrikkelijk. "De hoofden van de lichamen der menschen wierden afgeknoft".

Na deze catastrofe werd het beter geacht het kruit voortaan op een kanonschot afstand buiten de stad op te slaan. Het nieuwe Generaliteits Kruitmagazijn van de Staten van Holland werd daarom in de Lage- of Abtswoudse polder ten zuiden van de stad gebouwd.

 

 

 



 De beroemde architect, Pieter Post, die onder meer ook het Paleis Huis ten Bosch heeft ontworpen, werd gevraagd het nieuwe Kruithuis te bouwen. In 1659 was het grondplan gereed en reeds in 1660 was het Kruithuis klaar. Het bestond oorspronkelijk uit een Poortgebouw, een Pak- en Kuiphuis, een soldatenverblijf, een Corps de Garde (later verbasterd tot Kortegaard) en twee torens. Deze zware kruittorens werden in het water geplaatst. Hierin werd het kruit bewaard. In elk van beide torens was een opslagmogelijkheid voor 200.000 pond kruit. Oorspronkelijk waren de torens met elkaar en de wal verbonden door middel van twee valbruggen en een eilandje. In de loop der eeuwen zijn de bruggen en het eilandje verdwenen. De ingangen van de torens waren voorzien van twee dubbele deuren. De binnenste deuren waren bedekt met koperen platen. Al het hang- en sluitwerk was van koper om vonkvorming tegen te gaan. Ook daarom waren de dorpels van hout.

 

 

 



Het Pak- en Kuiphuis werd gebruikt om het kruit te verpakken en te wegen. Het oostelijk deel werd gebruikt om de juiste hoeveelheden kruit af te wegen. Later werd nog een granaathuis aangebouwd om de gevulde en klaargemaakte granaten op te slaan. De Kortegaard was het dagverblijf van soldaten en werklieden. Het is de moeite waard om even naar de achterzijde van dit gebouw te kijken, waar houtsnijwerk boven een oude deur nog op het oorspronkelijk gebruik wijst. Beide torens en het Pak- en Kuiphuis hebben een gemetseld gewelf. De muren zijn aanzienlijk dikker dan het gewelf. Bij een eventuele ontploffing zou dan alleen het dak de lucht in gaan. In het Kruithuis heeft een dergelijke ontploffing nooit plaatsgevonden zodat daarmee geen ervaring is opgedaan.



Het gehele complex werd door een muur van de weg afgesloten. Onder deze weg loopt een grote stenen brug door, zodat het mogelijk was met vaartuigen vanuit de Schie het Kruithuis binnen te varen. Boven op deze brug staat het Poortgebouw. Aan de buitenkant bevindt zich het wapen van de "Hoogmogende Heeren der Staaten Generaal" van de Zeven Verenigde Provinciën en het jaartal 1660. De buitenzijde is verder versierd met enige kruitvaatjes en andere versierselen die het gebruik van het pand symboliseren. In de Poortkamer bevindt zich een nog origineel beschilderd houten plafond uit die tijd. De gebeeldhouwde houten schouw heeft eveneens het wapen van de Republiek. De leeuw heeft een bundel van zeven pijlen in zijn klauw. Dit verzinnebeeldt de verbondenheid van de zeven Provinciën. In een banier eronder is de wapenspreuk van de Republiek aangebracht: "Concordia res parvae crescunt" oftewel "Eendracht maakt macht".



Het gebouw dat achter het Pak- en Kuiphuis staat, is in 1906 gebouwd, het woonhuis van de militaire beheerder in 1910. De landmacht heeft het Kruithuis tot de mobilisatie van 1939 in gebruik gehad. In de eerste dagen van de Tweede Wereldoorlog waren er nog schermutselingen rond het Kruithuis. Na de Tweede Wereldoorlog zijn de gebouwen tot 1962 als opslagplaats van legergoederen in gebruik geweest bij de luchtmacht. Toen kocht de gemeente Delft het voor een symbolisch bedrag van Defensie en gaf in ruil een stuk grond aan Defensie waarop het gebouw van de toenmalige Indelingsraad nabij de Westlandseweg staat.

 



In 1964 werd een gedeelte van het Kruithuis (uit 1906) door de studenten-roeivereniging Proteus Eretes in gebruik genomen. Scouting begon in dat zelfde jaar de overige delen van het Kruithuis op de groei te huren. Vanaf 1968/1969 waren alle historische gebouwen in gebruik bij Scouting. Veel geld was nodig om de hoogst noodzakelijke inwendige verbouwingen mogelijk te maken. En nog steeds worden verbeteringen en verfraaiingen aangebracht, teneinde het eeuwenoude complex beter geschikt te maken voor zijn huidige bestemming, namelijk een accommodatie voor jeugd-, jongeren- en cultureel werk. In 1992 is de dijk rond de vijver verbreed en geëgaliseerd en zijn er weer, net als in 1660, essen en elzen op geplant. Daardoor is er een betere kampeeraccommodatie ontstaan. Het eeuwenoude monument staat onder toezicht van Monumentenzorg.



Na de verhuizing van de roeivereniging is Scouting in 1997 de enige gebruiker van het Kruithuis geworden. In 1998 is met de restauratie van het complex gestart. De gemeente Delft heeft samen met Scouting Delfland de restauratie doen uitvoeren. Scouting zal zorgen voor het goed onderhouden van de monumentale gebouwen en waarborgt tevens dat het Kruithuis een open en levendig monument blijft. Verenigingen kunnen hier hun activiteiten ontplooien in een fantastische historische omgeving, en passanten kunnen, zolang de toegangspoort openstaat, naar binnen lopen en een kijkje nemen op het terrein.



Het Generaliteits Kruitmagazijn aan de Schie bij Delft "Het Kruithuis".
R.G. de Neve, G.A. Verschuure, J.C. van Dongen (1999).
ISBN 90-9013377-1. Uitgave: Gemeente Delft.
Het boek is te koop op het Kruithuis € 12,50.